Een parkeerkaart voor personen met een handicap is te verkrijgen bij het OCMW.
Voorwaarden
De parkeerkaart kan worden toegekend aan de volgende personen:
- personen die door een blijvende invaliditeit van ten minste 80 % getroffen zijn
- personen wiens gezondheidstoestand aanleiding geeft tot een vermindering van de graad van zelfredzaamheid met ten minste 12 punten
- personen wiens gezondheidstoestand aanleiding geeft tot een vermindering van hun verplaatsingsmogelijkheden met ten minste twee punten
- personen die getroffen zijn door een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt
- personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of bij wie deze geamputeerd zijn
- burgerlijke en oorlogsinvaliden met minstens 50 % oorlogsinvaliditeit
- kinderen die beantwoorden aan het criterium van ten minste 2 punten in de categorie ’verplaatsing‘
- kinderen die beantwoorden aan het criterium van ten minste 2 punten in de categorie ’verplaatsing en mobiliteit‘.
Hoe aanvragen?
De kaart kun je aanvragen bij het OCMW. Je hebt hiervoor één pasfoto nodig. De aanvragers van een parkeerkaart worden onderworpen aan een geneeskundig onderzoek bij een geneesheer van de Federale Overheidsdienst, Sociale Zaken. Indien de aanvrager reeds over een dossier bij de Dienst Tegemoetkomingen aan personen met een handicap beschikt, of indien attesten van andere openbare diensten duidelijk het bewijs leveren van de noodzaak aan een parkeerkaart, zal geen apart geneeskundig onderzoek worden ingesteld.
De aflevering van de parkeerkaart
De kaart wordt per post opgestuurd naar de persoon met een handicap. De kaart wordt toegekend voor onbepaalde duur, tenzij het officieel attest een andere termijn van erkenning van de handicap voorziet. De kaart is strikt persoonlijk. Ze kan dus slechts gebruikt worden wanneer je zelf in het geparkeerde voertuig vervoerd wordt of wanneer je het voertuig zelf bestuurt. Ten slotte werden twee maatregelen genomen opdat geen ongeldige parkeerkaarten in het bezit zouden blijven van houders die er geen recht op hebben:
- als het motief wegvalt dat het gebruik ervan rechtvaardigt, moet de kaart aan de dienst worden teruggestuurd, uit eigen beweging of op vraag van de Bestuursdirectie voor uitkeringen aan personen met een handicap
- als de houder overlijdt, moet de kaart binnen een termijn van 30 dagen worden terugbezorgd aan het OCMW van de woonplaats van de overledene. Gebeurt dit niet, dan zal de kaart door een bevoegd agent worden ingetrokken.
Een pasfoto moet steeds recent en origineel zijn. Origineel betekent dat een kopie of een computerprint niet worden aanvaard. Professioneel ontwikkelde digitale foto's van goede kwaliteit kunnen wel. Zwartwit foto's worden niet meer aanvaard. Verder moet een pasfoto aan de volgende voorschriften voldoen:
- formaat: 35 x 45 mm (de hoogte van het hoofd, gemeten van kin tot de kruin, is minimum 25 mm en maximum 35 mm)
- in vooraanzicht getrokken (dus niet schuin of in profiel)
- met een witte achtergrond
- voorhoofd, ogen, wangen, kin en neus moeten onbedekt zijn
- zonder hoofddeksel of sjaal (anders moet een attest van de erkende religieuze overheid of een medisch attest voorgelegd worden).
Meer info
Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid / personen met een handicap