Integratie van bedrijfsgebouwen in het landschap

Groenschermen
Varkens- en pluimveestallen, landbouw- en industriële loodsen, mestvaalten, schuilhokken, sleufsilo‘s en soortgelijke constructies die worden opgericht, heropgericht of uitgebreid, moeten tegenover hun omgeving afgeschermd worden met een groenscherm bestaande uit streekeigen boom- en struiksoorten.

Het type en soort groenscherm dat moet aangelegd worden is afhankelijk van de aard van het op te richten bouwwerk en moet aangelegd worden het eerstvolgende plantseizoen na realisatie van het bouwwerk en dit op een vakkundige wijze.

Varkens- en pluimveestallen
Tussen de stal(len) en de naastliggende percelen dient een doorlopend groenscherm met een minimale breedte van 3m aangebracht te worden. Het groenscherm dient minimaal samengesteld te zijn uit een gesloten streekeigen struikbeplanting met gemiddeld om de 10m een hoogstamboom of een hoogstamknotboom.
De inplanting van het groenscherm is vrij te kiezen binnen een straal van 10m rond het bedrijfsgebouw en dit in functie van de bedrijfsvoering. Het groenscherm moet minimum 20% bladhoudende groenblijvende struiken bevatten.

Landbouw- en industriële loodsen en rundveestallen
Tussen de loods(en) en de naastliggende percelen moet een groenscherm aangelegd worden dat bestaat uit een aaneenschakeling van kleine landschapselementen met een oppervlakte van telkens ongeveer 15m², waarbij gestreefd wordt naar een minimale breedte van 3m en een onderlinge afstand tussen elk landschapselement van maximaal 5m. De inplanting is vrij te kiezen binnen een straal van 10m rond het bedrijfsgebouw en dit in functie van de bedrijfsvoering.

De voorziene groenelementen moeten worden aangeplant met een combinatie van streekeigen traag- en snelgroeiende hoogstammen (of hoogstamknotbomen) en struiken. Het groenscherm moet minimum 20% bladhoudende planten bevatten.

In geval van stof- of geluidsproducerende activiteiten of industrieën en minder esthetische constructies of gebouwen moet een doorlopend groenscherm worden aangelegd in plaats van een aaneenschakeling van losse landschapselementen met onbeplante tussenruimten. Dit groenscherm moet een minimale breedte hebben van 3m.

Serres
Tussen de serre(s) en de naastliggende percelen moet een groenscherm worden aangebracht dat minimaal voldoet aan volgende bepalingen. De beplanting is aan te leggen binnen een straal van 30m rond de serre(s), met keuze uit hetzij:
- gemiddeld om de 10m een traaggroeiende solitaire boom, eventueel ingepast in een haag;
- gesloten struikbeplanting met vrije tussenstroken van maximaal 10m en met een gemiddelde breedte van 3m;;
- bodembedekkende struiken met een gemiddelde breedte van 3m en gemiddeld om de 10m een traaggroeiende solitaire boom.

Mestvaalt, schuilhokken en sleufsilo‘s
Deze moeten omgeven worden door een gesloten struikbeplanting of een vrij uitgroeiende haag.

Streekeigen struik- en boomsoorten
Link naar 3.12.1.14. Struiken en bomen

Afwijkingen
Van bovenvermelde groenschermen kan het College van Burgemeester en Schepenen een afwijking toestaan wanneer voor de volledige bedrijfssite een landschapsbedrijfsplan wordt opgemaakt.

Stedenbouwkundige vergunning
De aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning moet aangevuld worden met minimum volgende gegevens:
- de inplanting van de gebouwen en het groenscherm;
- de afmetingen (grondoppervlakte) en de ligging van het groenscherm t.o.v. de gebouwen;;
- een plantenlijst met :
Wanneer niet voldaan wordt aan de hiervoor vermelde vormvereisten is de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning onvolledig.

  • de juiste locatie van de planten / beplantingsschema
  • de aanduiding van de bestaande groenelementen
  • de volledige wetenschappelijke naam van de planten
  • het aantal planten per soort
  • het type beplanting (hoogstammen, heesters, etc.)
  • de plantmaat (minimaal 8/10 voor hoogstammen, minimaal 60/90 voor struiken of bosgoed)
  • de plantafstand.

Vrijstelling
Wanneer een bouwwerk uitgevoerd wordt binnen een bedrijfssite waarrond reeds een groenscherm aangeplant is dat voldoet aan voormelde voorwaarden, dan moet geen extra groenscherm aangelegd worden rond het bouwwerk dat het voorwerp vormt van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Instandhouding
Het groenscherm dient verder op een ordentelijke en vakkundige manier in stand gehouden te worden, zoniet wordt dit aanzien als een overtreding in het kader van de stedenbouwkundige vergunning en worden de passende maatregelen genomen door het gemeentebestuur.

Strijdigheid met bestaande plannen
In geval van strijdigheid met een bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of verkavelingsplan hebben de voorschriften van het bijzonder plan van aanleg, het ruimtelijk uitvoeringsplan of het verkavelingsplan voorrang op de verordening.

Contact
Dienst Stedenbouw: Kasteelstraat 1-3, 9960 Assenede, tel. 09 341 95 96 of 09 341 90 85, Stedenbouwdienst